Platform Theaterauteurs

Onafhankelijk platform voor Nederlandstalige toneelschrijfkunst


Welkom

 

Nieuws

 

Agenda


Welkom op de archiefsite van het Platform Theaterauteurs. Op deze site wordt een overzicht geboden van alle PTa–activiteiten van 2002 tot en met 2009. Onder veelgestelde vragen is informatie te vinden over onder meer (de financiering van) schrijfopdrachten, toneelschrijversinitiatieven en –organisaties. Hiernaast wordt toelichting gegeven op de actuele stand van zaken rond PTa.




- Marian Boyer

 

UITREIKING VVL PENNING 2010: DANKWOORD MARIAN BOYER


Deze toespraak heeft me nogal beziggehouden. Niet dat ik andere uit mijn mouw schud. Maar deze… Ten eerste is daar de lengte: een welgemeend en krachtig ‘dank u’ kan volstaan en grappig wezen. Je bent ook lekker snel klaar. Maar zoiets is alleen voorbehouden aan wie overvallen wordt, zoals aan de onlangs tot stadsdichter benoemde F. Punt Starik, toen hij de Amsterdam Prijs won en vier varianten op ‘dank u’ stamelde. Overvallen ben ik vandaag niet, en mijn gestamelde ‘dank u’ zou daarmee niet voldoen aan de verwachtingen. Niet aan die van de gever, noch aan die van mij. Maar deze…

Tijdens mijn voorbereidingen haalde ik me treffende toespraken voor de geest, zoals van de toneelspeler Stephen Fry, waarin hij bovenmatig welbespraakt uithaalt naar de katholieke kerk en zijn homoseksualiteit als inzet neemt voor een hartstochtelijke kritiek op het nieuwste staaltje hypocrisie in deze kringen. Populair gezegd: mijn bek viel erbij open, en zelden hoorde ik een welgemeender applaus, inclusief dat van de aanwezige nonnen en paters. Ik dacht aan eenzelfde vervoering bij het zien van de neurologe die was getroffen door een beroerte, juist in de tijd dat mijn zuster hetzelfde lot overviel. In haar toespraak beschrijft de neurologe haar val en wederopstanding, en mijn geest koppelde haar moeizame, secuur geformuleerde weg naar genezing aan die van mijn zuster. Het heeft twee generaties in een gezin, mijn zus van voor en ik van na de oorlog en alles wat daarin van politieke en maatschappelijke betekenis is geweest, tot elkaar gebracht. Ik weet nu zeker dat verleden en heden dooreen lopen, dat de namen van de doden weer tot leven komen en dat tijd niet bestaat. U hoeft geen ziek familielid te hebben om te weten wat de neurologe met haar toespraak bij mij raakte. Maar deze…

Dichter bij huis dacht ik aan de toespraak van Moniek Toebosch in Sociëteit Arti vorig jaar, bij de presentatie van haar laatste boek, een schitterende samenvatting van haar leven, dat veelbewogen en ronduit artistiek is, en dat in de toespraak eindig bleek. Toebosch, broos en hees, bleef haar eigenstrottige zelf, en wel zo opruiend dat je iedere jongvolwassene de kunstacademie in zou willen ranselen. Maar deze…

Ik dacht aan de geestige speech van mijn collega Magne van den Berg, bij de uitreiking van een ander heerlijk gebaar door uw vereniging, de Van der Viesprijs. Ik las Charlotte Mutsaers bij de aanvaarding van de P.C. Hooftprijs en begreep dat zij haar eerste speech verwierp omdat de tijd tussen toekenning en uitreiking haar een hak had gezet en ze daarop, in een tweede versie, toeval, detail en literatuur elegant verknoopte. Talloze andere retorische kunststukjes laat ik hier onvermeld; weliswaar neem ik langer dan de duur van een simpel ‘dank u’ dit podium, maar deze belangrijke onderscheiding vormt nu eenmaal niet de hoofdmoot van uw bijeenkomst. Dus wat nu met deze…

Ik herlas ook eigen werkjes in het genre, zoals bijvoorbeeld mijn toespraak bij het afscheid van het Platform Theaterauteurs, de schrijversbent waaraan ik mijn hart zo grondig had verpand. Ik sprak hem uit op de laatste Toneelschrijfdag, waarmee PTa ophield te zijn wat het was, en dat nu, door u geachte collega’s, wordt onderscheiden. Ik herlas, en zo zijn we bij mijn tweede punt aanbeland, ik herlas zelfs mijn toespraken voor de doden. In dit licht is dat begrijpelijk. In feite is deze onderscheiding een ode aan een overledene, of nou ja, een bijna-dode, want sinds 2009 zijn wij slapende. En zo is het antwoord op mijn vraag ‘Maar deze… ’ gevonden. U is natuurlijk opgevallen dat ik hierop mijn kleding wat heb aangepast.

Maakt dat deze gewaardeerde onderscheiding overbodig en deze toespraak naast de tijd? Ik moet dit ferm ontkennen. Hij heeft me andermaal gestimuleerd vanuit een schrijvershart te blijven denken over het toneelschrijven in ons land. Daar zijn ontwikkelingen gaande waarop ik hier niet zal ingaan, behalve dan dat ik graag de vrije beurzen noem die in mei dit jaar zijn geïntroduceerd door het Fonds Podiumkunsten, met expertise van het PTa. Er is regelgeving ontworpen waarin de artistieke ontwikkeling van toneelschrijftalent voorop staat. Wat willen we dus meer? Goedbeschouwd is het antwoord op deze vraag voor ons altijd hetzelfde gebleven, zowel bij oprichting, in leven en welzijn als in de huidige toestand. Het is van belang zich de fysieke ruimte voor de schrijver te herinneren. De plaats met de spullen. Met de boeken, de stoelen, de kasten, de espressomachien, het glaswerk, de kopjes, de banken, en hiervan ieder ding gekozen door een schrijver. Ieder boek in de kast gezet voor een andere schrijver om op te pakken, elk stuk brood in huis gehaald om gedeeld te worden met een schrijver wiens smaak op prijs wordt gesteld, over wiens inspiraties je graag verneemt en wiens broodbeleg heerlijk is om van te snoepen, tijdens het gesprek met elkaar. Prozaïsten en dichters mogen gebaat zijn bij langdurige afzondering of lawaaiig cafébezoek, of waar dan ook wordt gewerkt. Maar de toneelschrijver bewoont permanent een levendig kippenhok waarbij het noodzaak is om, in de kalmte van een gesprek, afstand te doen van kortlopende ambities, en inspiraties te delen die elders niet boven het gekakel uitkomen. Ja, ondanks wat PTa heeft bereikt en waarvoor het vandaag wordt bekroond, blijft er wel degelijk wat te wensen: en toneelschrijvershuis met eigen spullen, als stutten van de oase waarin men voedt en voeding vindt.

En zo komen we aan wat deze toespraak werkelijk is: een pleidooi voor de dingen. Voor een echt toneelschrijvershuis. Met muren, een deur, een uitzicht en: met spullen. In een interview haalt de schrijfster A.S. Byatt Balzac aan: ‘Mensen zijn interessant want ze maken dingen. Daarom gaan volgens hem romans altijd over mannen, vrouwen en dingen. De Franse Nouveau-romantypes zeiden: weg met de dingen. En ik, (A.S. Byatt) zeg: breng de dingen terug.’ Byatt vertelt het aardewerk in haar boeken lang te hebben gemeden, omdat ze zelf afkomstig is uit een pottenbakkersfamilie. Ze deed het zolang met glas, maar met haar laatste boek was ze toe aan de potten. Hiermee markeert zich een terugkeer naar de kern, naar datgene waar het uiteindelijk om draait. Na de ogenschijnlijk eenvoudige uitspraak van A.S. Byatt wist ik: er bestaat leven na deze dood. Ook de toneeltekst immers gaat over mannen, vrouwen en dingen. En met A.S. Byatt zeg ik: breng de dingen terug, en breng ons, toneelschrijvers, terug naar de dingen. Ik bedoel dit letterlijk. Laat de toneelschrijvers een ruimte bezetten, in een huis, in een gebouw, tussen muren en deuren en ramen waar de kasten, boeken, glazen, potten, papieren hen bijeenbrengen, zodat ze, weg van het kippenhok, buiten vlieghoogte van vergadertechnieken in kalmte kunnen bezien wat in hun teksten van belang is aan een toeschouwer, een lezer, een zaal, te vertellen. Ruimte voor reflectie, aandacht, analyse. En voor spullen. In een huis. Een echt toneelschrijvershuis. Ik dank mijn collega-auteurs zeer voor de prijs die dit gedachtegoed opnieuw met kracht heeft aangezwengeld.

®Mei 2010 Marian Boyer; bij de ontvangst van de VvL-penning 2010




 








PTa - projecten - opdrachten - auteurs - publicaties - contact - PTa-zine

webdesign: de Nachtzuster